schrappen

/ˈsxrɑpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. met een scherp voorwerp zoals een mes de oppervlaktelaag verwijderen
    Moeten deze aardappels nog geschrapt?
  2. doorhalen, verwijderen van een lijst
    ‘Er staat bijvoorbeeld dat we failliet gaan’, zegt Atasoy. ‘Dat is aantoonbaar onjuist. We hebben de rechter ook laten zien dat het niet klopt. Dan moet dat toch uit het rapport geschrapt worden?’
    Donderdag vroeg Schiphol aan maatschappijen om tot en met 8 mei vluchten te schrappen, omdat het anders te druk zou worden.
  3. bezuinigen, een einde maken aan een programma of uitgavenpost
    Bij deze bezuinigingsronde werd veel geschrapt in de uitgaven voor onderzoek naar alternatieve energie.
  4. (met betrekking tot banen) ontslaan

Etymologie

* In de betekenis van ‘(weg)strepen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1406

Vertalingen

Engelsscrape, strike, remove
Fransgratter, racler, biffer
Duitsabkratzen, schaben, schrappen