schrikken
/ˈsxrɪkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) een schokkende verrassing ondergaan, schrik krijgenToen de dood gewaande man plotseling binnenkwam schrok iedereen in eerste instantie.Je voelt al die bruisende sterren, de stemmingen van de oceanen en de zwiep van het licht door je huid, en als de aarde een tel zou stilhouden in haar baan, zou je wakker schrikken omdat je wist dat er iets mis was.Na een gigantische knal vlak boven ons hoofd stonden de stoere jonge gasten binnen tien seconden ook binnen. Zelfs zij waren zich rot geschrokken van de klap, en beseften dat het nu menens was. De meeste gezichten had ik nog nooit gezien.
- (erga) (scheepvaart) een achterwaartse beweging in de lengterichting maken
- (ov) een schokkender ervaring bezorgen, alarmerenIk werd uit mijn slaap geschrikt toen er een auto tegen mijn vuilnisbak aanreed.
- (ov) (kookkunst) (van een ei) na het koken snel met koud water laten afkoelen
Etymologie
*van Middelnederlands "scricken" "met grote passen lopen", in de betekenis van ‘ontstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
Engelsscare
Spaansasustarse
Russischпродольная качка
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek