schutting
vrouwelijk (de)/ˈsxʏtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gewoonlijk dichte afscheiding tussen twee tuinen, stukken land, windvangDe dief klom over de schutting maar werd geconfronteerd met een stevige hond.
Etymologie
* van schutten
Uitdrukkingen
- Over de schutting gooien — Het aan een ander overlaten om een probleem op te lossen of om aangerichte schade te herstellen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek