schuwheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het verlegen en bang zijnEen oplettende bewoner spotte het dier, dat door zijn schuwheid geen gevaar vormt voor mensen, vrijdagavond en alarmeerde de politie. Hij ging ook mee met de opgetrommelde specialisten van de dierentuin om de plek aan te wijzen. Findus zwierf er nog rond en werd voorzichtigheidshalve door de dierenarts met een verdovingspijl buiten gevecht gesteld en teruggebracht naar zijn hok.de Telegraaf 28 jan. 2017Ik vind mijn draai snel en heb lol met de mannen die langskomen. Ik heb contact met tientallen mannen in die vier uur dat ik er door breng en ze zijn allemaal even open en dankbaar. Ok, ik maak drie mannen mee waarmee ik niet echt contact krijg. Of dit schuwheid is, arrogantie, slechte bedoelingen of geloof, die drie vallen in het niet bij alle warmte die ik ervaar.de Telegraaf WILLEMIJN VERZIJLBERGEN 08 okt. 2015
Etymologie
* afleiding van schuw
Vertalingen
Engelsrestraint, syness, timidity
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek