bedeesdheid
vrouwelijk (de)/bə'desthɛɪt/
Wat is de betekenis van bedeesdheid?
bedeesdheid betekent: het weinig assertief zijn; het slecht opkomen voor de eigen belangen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het weinig assertief zijn; het slecht opkomen voor de eigen belangen
Voorbeelden van "bedeesdheid" in een zin
- Blijft de vraag waarom de havengemeenschap de nautische veiligheid niet nadrukkelijker als troefkaart speelt? Die bedeesdheid is vooral veelzeggend over de relatie tussen haven en stad. Hoe het ook zij, de benzine-industrie blijft in de Amsterdamse haven voorlopig 70 procent van de doorvoer bepalen, alle energietransities ten spijt.
Etymologie
* afleiding bedeesd
Vertalingen
Engelsbashfulness, timidity, shyness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek