bedeesdheid

vrouwelijk (de)/bə'desthɛɪt/

Wat is de betekenis van bedeesdheid?

bedeesdheid betekent: het weinig assertief zijn; het slecht opkomen voor de eigen belangen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het weinig assertief zijn; het slecht opkomen voor de eigen belangen

Voorbeelden van "bedeesdheid" in een zin

  • Blijft de vraag waarom de havengemeenschap de nautische veiligheid niet nadrukkelijker als troefkaart speelt? Die bedeesdheid is vooral veelzeggend over de relatie tussen haven en stad. Hoe het ook zij, de benzine-industrie blijft in de Amsterdamse haven voorlopig 70 procent van de doorvoer bepalen, alle energietransities ten spijt.

Betekenis en uitleg van bedeesdheid

Bedeesdheid verwijst naar een staat van verlegenheid of terughoudendheid, vaak gekenmerkt door een gevoel van onzekere bescheidenheid. Het is die stille angst om op te vallen of om in de schijnwerpers te staan, wat iemand kan tegenhouden om zich vrijuit te uiten.

Je kunt het woord 'bedeesdheid' gebruiken wanneer je beschrijft hoe iemand zich voelt in sociale situaties, vooral als ze moeite hebben om zich openlijk en zelfverzekerd te gedragen. Het heeft vaak een negatieve connotatie, maar kan ook een charmante kwetsbaarheid uitstralen. Bedeesdheid komt vaak voor bij mensen die nieuw zijn in een bepaalde omgeving of bij kinderen in onbekende situaties.

Voorbeelden

  • Haar bedeesdheid maakte het moeilijk voor haar om met nieuwe klasgenoten te praten.
  • De bedeesdheid van de spreker was voelbaar tijdens zijn presentatie, wat het publiek een gevoel van medeleven gaf.
  • Hoewel hij veel talent had, weerhield zijn bedeesdheid hem ervan om zich aan te melden voor de talentenjacht.

Woordoorsprong

Het woord 'bedeesdheid' is afgeleid van het Oudnederlandse 'bedeisen', wat 'bescheiden zijn' betekent. Het heeft een verband met het begrip van terughoudendheid en verlegenheid.

Veelgestelde vragen over bedeesdheid

Wat is de betekenis van bedeesdheid?

bedeesdheid betekent: het weinig assertief zijn; het slecht opkomen voor de eigen belangen

Welk woordgeslacht heeft bedeesdheid?

bedeesdheid is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van bedeesdheid?

Synoniemen van bedeesdheid zijn: verlegenheid, bescheidenheid, schroomvalligheid, bevangenheid, bleuheid.

Hoe gebruik je bedeesdheid in een zin?

Voorbeeld: “Blijft de vraag waarom de havengemeenschap de nautische veiligheid niet nadrukkelijker als troefkaart speelt? Die bedeesdheid is vooral veelzeggend over de relatie tussen haven en stad. Hoe het ook zij, de benzine-industrie blijft in de Amsterdamse haven voorlopig 70 procent van de doorvoer bepalen, alle energietransities ten spijt.

Etymologie

* afleiding bedeesd

Vertalingen

Engelsbashfulness, timidity, shyness