schroomvalligheid
Wat is de betekenis van schroomvalligheid?
schroomvalligheid betekent: de mate waarin men verlegen is
Betekenis
- de mate waarin men verlegen is
- iets wat getuigt van verlegenheid
Voorbeelden van "schroomvalligheid" in een zin
- Hij leek me van nature zelfverzekerd, maar stelde zich met enige schroomvalligheid aan ons voor.
Betekenis en uitleg van schroomvalligheid
Schroomvalligheid is een eigenschap die verwijst naar een zekere terughoudendheid of aarzeling in sociale situaties, vaak door een gevoel van onzekerheid of verlegenheid. Het is een mengeling van schroom en een neiging om je in te houden, wat kan leiden tot een gebrek aan zelfvertrouwen in interacties met anderen.
Dit woord wordt vaak gebruikt om situaties te beschrijven waarin iemand zich ongemakkelijk voelt of twijfelt om actie te ondernemen, bijvoorbeeld bij het aangaan van een gesprek of het uiten van een mening. Schroomvalligheid kan zowel in persoonlijke relaties als in professionele omgevingen voorkomen, en kan invloed hebben op hoe iemand wordt waargenomen door anderen. Het impliceert soms ook een verlangen om te willen deelnemen, maar de angst om te falen houdt iemand tegen.
Voorbeelden
- Door zijn schroomvalligheid durfde hij niet te vragen om hulp in de drukke trein.
- Haar schroomvalligheid weerhield haar ervan om zich aan te melden voor de presentatie, ondanks dat ze goed voorbereid was.
- Tijdens het netwerk evenement viel zijn schroomvalligheid op, aangezien hij nauwelijks met anderen sprak en zich aan de kant hield.
Veelgestelde vragen over schroomvalligheid
Wat is de betekenis van schroomvalligheid?
schroomvalligheid betekent: de mate waarin men verlegen is
Hoeveel betekenissen heeft schroomvalligheid?
schroomvalligheid heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft schroomvalligheid?
schroomvalligheid is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van schroomvalligheid?
Synoniemen van schroomvalligheid zijn: bevangenheid, schuwheid, timiditeit, schuchterheid, gêne.
Hoe gebruik je schroomvalligheid in een zin?
Voorbeeld: “Hij leek me van nature zelfverzekerd, maar stelde zich met enige schroomvalligheid aan ons voor.”
Etymologie
* afleiding van schroomvallig