bescheidenheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het de eigen verworvenheden kleiner voorstellen dan zij zijn
    De man die generaties heeft laten schuddebuiken van het lachen is opgetrokken uit bijna banale bescheidenheid. Tubantia Arno Gelder 19-08-17 [https://www.tubantia.nl/overig/andreneacute-van-duin-de-komiek-van-alle-generaties~ab789e42/ André van Duin, de komiek van alle generaties]
    Maar, en dat heb je misschien niet geleerd, bescheidenheid is een hoog goed' Mijn hart roffelt, mijn slapen kloppen.

Etymologie

*Afgeleid van bescheiden .

Vertalingen

Spaansmodestia
Poolsskromność