onzekerheid
vrouwelijk (de)/ɔnˈzekərˌhɛit/
Wat is de betekenis van onzekerheid?
onzekerheid betekent: het niet (helemaal) zeker zijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet (helemaal) zeker zijn
- de mate waarin meting en het gemetene van elkaar kunnen afwijkingen
Voorbeelden van "onzekerheid" in een zin
- Hij twijfelt altijd want hij heeft last van te grote onzekerheid.
- Mijn onzekerheid werd steeds intenser en instinctief had ik nog maar één behoefte: vluchten, weg uit de bergen.
- Maar Christa vond tegelijkertijd dat er een groot en ongekend potentieel was voor zo'n populistische partij, op dit moment zwierven er misschien een miljoen mensen in totale onzekerheid rond.
- Hij is 1.80 meter lang met een onzekerheid van 1 cm.
Etymologie
*afgeleid van onzeker
Vertalingen
Fransincertitude
Spaansincertidumbre, indeterminación, inseguridad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek