seizoenarbeid
mannelijk (de)/sɛiˈzunɑrbɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- betaald werk met de eigenschap dat het alleen maar in bepaalde periode van het jaar kan worden gedaanDe gedachtenflarden die het verst in de tijd teruggaan zijn de herinneringen aan de seizoenarbeid met de suikerrietkap op Cuba, de oogstfeesten, het dansen en de flirt met de Cubaanse schonen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek