serveerster

vrouwelijk (de)/sɛrˈverstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een vrouw die in horecagelegenheid klanten aan tafel bedient
    Zij had een tijdje een bijbaantje als serveerster in dat restaurant.
    'Dertig jaar geleden zat het hier helemaal vol', zegt Claudette Bonin (60), serveerster van het Relais des Routier in Dordives. Nu zijn een paar tafels bezet voor de lunch.
    Het leek alsof de stevige en weelderige serveerster de vraag had begrepen, want ze sloop op haar tenen rond de tafel en ruimde stilletjes de lege bierglazen af.

Etymologie

* van serveren