set

mannelijk (de)/sɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein aantal bij elkaar passende voorwerpen die samen een geheel vormen
  2. sport (sport) ronde in een wedstrijd
  3. filmkunst (filmkunst) plaats waar filmopnamen gemaakt worden
  4. wiskunde (wiskunde) verzameling
  5. optreden op een muziekfestival

Etymologie

**[2]: in de betekenis van ‘deel van tennispartij’ voor het eerst aangetroffen in 1908

Vertalingen

Engelscollection, group, set
Spaansconjunto, grupo, serie