set
mannelijk (de)/sɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein aantal bij elkaar passende voorwerpen die samen een geheel vormen
- (sport) ronde in een wedstrijd
- (filmkunst) plaats waar filmopnamen gemaakt worden
- (wiskunde) verzameling
- optreden op een muziekfestival
Etymologie
**[2]: in de betekenis van ‘deel van tennispartij’ voor het eerst aangetroffen in 1908
Vertalingen
Engelscollection, group, set
Spaansconjunto, grupo, serie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek