shit
mannelijk (de)/ʃɪt/
Wat is de betekenis van shit?
shit betekent: (vulgair) rommel, ellende, iets onaangenaams
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vulgair) rommel, ellende, iets onaangenaams
- (informeel) softdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen
tussenwerpsel
- (vulgair) een uitroep van ergernis
- (vulgair) een uitroep van ergernis en frustratie als iets helemaal misgaat
Voorbeelden van "shit" in een zin
- Wat voor shit is dat nou weer!
- En het was enorm lekkere shit.
- Daarin zien we de magere, boomlange rapper daadwerkelijk op een eiland, omringd door Afrikanen met lange grijze dreadlocks die op een trommel slaan en ‘shit aan het roken zijn’.
- Shit! Ik heb een onvoldoende!
- De ambtenarij wilde nog net niet bepalen welke plantjes we straks wel en welke plantjes we straks niet in de vensterbank mogen plaatsen. Kortom, shit, shit, shit!
Etymologie
* van "shit", in de betekenis van ‘rotzooi, onzin, ook tussenwerpsel: uitroep van ergernis’ voor het eerst aangetroffen in 1964
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek