shit

mannelijk (de)/ʃɪt/

Wat is de betekenis van shit?

shit betekent: (vulgair) rommel, ellende, iets onaangenaams

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vulgair (vulgair) rommel, ellende, iets onaangenaams
  2. informeel (informeel) softdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen
tussenwerpsel
  1. vulgair (vulgair) een uitroep van ergernis
  2. vulgair (vulgair) een uitroep van ergernis en frustratie als iets helemaal misgaat

Voorbeelden van "shit" in een zin

  • Wat voor shit is dat nou weer!
  • En het was enorm lekkere shit.
  • Daarin zien we de magere, boomlange rapper daadwerkelijk op een eiland, omringd door Afrikanen met lange grijze dreadlocks die op een trommel slaan en ‘shit aan het roken zijn’.
  • Shit! Ik heb een onvoldoende!
  • De ambtenarij wilde nog net niet bepalen welke plantjes we straks wel en welke plantjes we straks niet in de vensterbank mogen plaatsen. Kortom, shit, shit, shit!

Etymologie

* van "shit", in de betekenis van ‘rotzooi, onzin, ook tussenwerpsel: uitroep van ergernis’ voor het eerst aangetroffen in 1964