hasj
mannelijk (de)/hɑʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (maatschappij), softdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen met een hoog gehalte aan het werkzame bestanddeel THCIs hasj verboden of niet?
Etymologie
*(verkorting) van hasjiesj, dat afgeleid is van "حشيش" (hasjiesj), "gras, hooi, hennep"
Vertalingen
Engelshashish
Franshaschich, haschisch
DuitsHaschisch
Spaanshachís
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek