kif
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɪf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (maatschappij), softdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen met een hoog gehalte aan het werkzame bestanddeel THC
zelfstandig naamwoord
- onenigheid veroorzaakt door afgunst
Etymologie
*[B] door deletie van de t uit "kift"
Vertalingen
Spaanscáñamo, cáñamo indio, marijuana
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek