Siepel

Wat is de betekenis van Siepel?

Siepel betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van siepelen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van siepelen
  2. gebiedende wijs van siepelen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van siepelen

Voorbeelden van "Siepel" in een zin

  • Ik siepel.
  • Siepel!
  • Siepel je?

Etymologie

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ui’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1228