signaleren

/sɪɲaˈlerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. het constateren van iets, en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal meestal ter waarschuwing over gevaar, onraad, bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen
    De klokkenluider heeft een ernstig probleem gesignaleerd.
    Gisteren werd het probleem ontdekt door personeelsleden van de school. Zij merkten op dat bepaalde elementen, waaronder een trap, niet klopten met de tekeningen. "Vrij bizar dat wij het zelf signaleerden", vindt directeur Ruud Hoogesteger. "Op de bouwplaats zou je dat toch moeten zien, met die tekeningen."

Etymologie

*afgeleid van het Franse signaler () [https://fr.wiktionary.org/wiki/signaler Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsdetect, spot, indicate
Franssignaler
Duitsfeststellen, sichten, hinweisen auf
Spaansseñalar
Russischотмечать, замечать, фиксировать