waarschuwen

/ˈʋaːrsxyu̯ə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand verwittigen dat er mogelijke gevaren, problemen of gevolgen zijn
    Hij werd gewaarschuwd dat vandalisme niet getolereerd zou worden.
    Dagen achter elkaar was er niemand te bekennen, waardoor ik me nog kwetsbaarder voelde, en ik begon bij elke bocht hard te zingen om eventuele beren te waarschuwen dat ik eraan kwam.

Etymologie

* In de betekenis van ‘op gevaar opmerkzaam maken’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

Engelswarn
Fransavertir, prévenir
Duitswarnen
Spaansadvertir, avisar, prevenir
Italiaansavvertire
Zweedsvarna