Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

sjamasj

mannelijk/vrouwelijk (de)/ʃaˈmɑʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koster van joodse gemeente
  2. extra licht op een chanoekalamp (chanoekia) waarmee de acht andere lichten worden aangestoken

Etymologie

* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'dienaar'

Vertalingen

Engelsshamash, shammes