sjans
mannelijk/vrouwelijk (de)/ʃɑns/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geluk in de liefde hebben, aantrekkelijk zijn voor andere mensenEen paar dagen later stond hij als enige jongetje in een zaal vol roze tutuutjes enorme sjans te hebben. Hij is pas 5 en heeft nu al een generatiekloof geslagen en staat aan gene zijde, wuivend in een land vol maillots, slappe schoentjes en rechte ruggen. Nou ja, Ryan Gosling schijnt ook zo begonnen te zijn en met hem is het ook goed gekomen. Volkskrant Thomas van Luyn 18 februari 2017Het is een zonnige dag in Amsterdam. Ik sta voor het rode stoplicht en staar wat naar buiten. Gezellige terrasjes, vrolijke mensen. Ik zie een jongeman zitten. Onze blikken kruisen elkaar. Ik zie zelfs een ondeugend lachje bij hem doorbreken. Ik bloos. Het oogcontact, het warme weer; ik heb gewoon sjans bedenk ik, enigszins verheugd. NRC Eveline IJmker 17 augustus 2012
Etymologie
* uit het Frans
Vertalingen
Engelsallure, charisma, flirt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek