sjoege

mannelijk (de)/ˈʃuɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kennis, begrip, benul, verstand
    Daar heb ik echt geen sjoege van.
  2. reactie, antwoord
    Ik heb het hem verteld, maar hij gaf geen enkele sjoege.

Etymologie

* Herkomst: Jiddisj

Uitdrukkingen

  • Geen sjoege gevengeen antwoord geven