sjoemelaar
mannelijk (de)/ˈʃuməˌlar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) iemand die oneerlijk is, iemand die fraudeert (zonder dat dit overduidelijk is)Het is ook om die reden dat ik sta te trappelen om u opnieuw te helpen bij het opsporen en het voor draaiende camera’s ontmaskeren van fraudeurs en andere sjoemelaars.de Telegraaf 05 apr. 2017Het is weer tijd voor de aangifte inkomstenbelasting. Staatssecretaris Wiebes zei dat sjoemelaars weinig kans maken, omdat De Belastingdienst ‘goed oplet’. Maar een dikke meerderheid van de stellingdeelnemers (71 procent) gelooft dat niet.de Telegraaf 02 mrt. 2017Ter voorkoming dat het anti-Europees sentiment zodanig groeit, dat een uiteenvallen niet te voorkomen is, verzoek ik ons parlement zich sterk te maken voor een strenge controle en sjoemelaars te verwijderen uit het EP. Geef populisten geen kans.de Telegraaf 09 feb. 2017
- (spreektaal) (verouderd) valsspeler bij het kaarten
Etymologie
* van sjoemelen , vergelijk Duits
Vertalingen
Engelsfiddler
Fransmargoulin, fricoteur
DuitsSchummler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek