charlatan

mannelijk (de)/ˈʃar.la.tan/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief, scheldwoord (pejoratief) (scheldwoord) (soms charmante) oplichter ('deskundige') gespecialiseerd in bedrog over zijn afkomst, vaardigheden, intenties of prestaties
    „Charlatans”. De Indiase topeconoom noemt ze niet bij naam in het interview met NRC, dat plaatsvindt in een zaaltje in het gebouw van De Nederlandsche Bank (DNB). Maar veelvuldig komt het economische beleid van de regering-Trump ter sprake.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/09/19/indiase-econoom-rajan-zag-in-2005-de-financiele-crisis-al-aankomen-en-vreest-nu-nieuwe-problemen-door-lage-rentes-dat-is-bijna-een-ijzeren-wet-a4906675 www.nrc.nl (19 sep 2025)]

Etymologie

*van "charlatan", in de betekenis van ‘kwakzalver’ aangetroffen vanaf 1658

Vertalingen

Engelscharlatan, quack
Franscharlatan
DuitsScharlatan, Quacksalber
Spaanscharlatán
Italiaansciarlatano