Charel

mannelijk (de)/ˈʃarəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) ruwe, stoere man
    Hewel, ik zeg u, als die blauwpoot, de blauwpoot van de flaminganten, wèl kan vliegen als het onweêr is, dan moet het een fameuze zijn, een ‘charel’, ‘ééne uit de duizend.’
  2. persoon (persoon) man of jongen die zich niet zo strikt aan maatschappelijke regels houdt
  3. seksualiteit, eufemisme (seksualiteit) (eufemisme) mannelijk geslachtsorgaan
    Als de Schele Vanderlinde 't schavot op ging,Was het den eerste keer dat zijne charel hing.

Etymologie

*van de jongensnaam "Charel" een vorm van "Charles" / "Karel" en op die manier mogelijk cognaat met "kerel"

Uitdrukkingen

  • je bent een charel