oplichter

mannelijk (de)/ˈɔplɪxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een mannelijk persoon die oplicht
    Peter R. de Vries wist de oplichter op te pakken en te arresteren.
    De overheden vrezen AI-systemen die overtuigend nepnieuws maken, cyberaanvallen uitvoeren of als hulpmiddel gaan fungeren voor terroristen of oplichters.[https://www.nrc.nl/nieuws/2023/11/24/nu-sam-altman-terug-is-rest-de-vraag-wat-nu-a4182252 www.nrc.nl (24 nov 2023)]

Etymologie

* van oplichten

Vertalingen

Engelscon man, swindler
Fransescroc, arnaqueur
DuitsGauner, Hochstapler