oplichterij
vrouwelijk (de)/ˌɔplɪxtəˈrɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bedrog waarbij men iemand geld of goed afhandig weet te makenHij was betrokken in vele zaken met betrekking tot oplichterij, dus dat is niet iemand waar je zaken mee wilt doen.
Etymologie
* van oplichten
Vertalingen
Engelsswindle
Fransescroquerie
DuitsBetrug, Schwindel
Spaansestafa
Italiaansfrode, truffa
Poolsoszustwo
Zweedsbedrägeri
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek