slagen

/ˈslaɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) ~ in: iets bereiken
    Hij is erin geslaagd om het apparaat weer werkzaam te maken.
    Er is me verteld dat ze een pijnlijke dood is gestorven toen mijn broertje deze wereld poogde te betreden, zonder daarin te slagen.
  2. erga (erga) het examen succesvol beëindigen
    Van onze eindexamenleerlingen is 98% geslaagd en 2% gezakt.
  3. erga (erga) goed aflopen; succesvol aflopen
    Ondanks het regenachtige weer wisten ze de dag toch nog te laten slagen.
    'Maar we zullen het beste uit moeten kiezen, het plan dat de meeste kans van slagen heeft. {{Aut|Herzen, Frank
  4. iets succesvol afsluiten
    Dit falen of slagen hangt volgens Liu ook af van het tijdsgewricht waarin hij leeft.

Etymologie

* In de betekenis van ‘gelukken’ voor het eerst aangetroffen in 1596

Uitdrukkingen

  • Met vlag en wimpel slagenmet zeer goede cijfers slagen
  • de geslaagde student
  • slagen in iets

Vertalingen

Engelssucceed, pass
Duitsbestehen
Spaansconseguir
Poolszdać