slager

mannelijk (de)/ˈslaɣər/

Wat is de betekenis van slager?

slager betekent: (beroep) een verkoper van vlees

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een verkoper van vlees
  2. een wreed mens
  3. informeel (informeel) chirurg

Voorbeelden van "slager" in een zin

  • Hij is naar de slager voor gehakt.
  • Het dorpsplein was leeg en de luiken van het café op de hoek waren dicht; de kerk was nog steeds een zwart geraamte; de slager was gesloten; in de school en de bijgebouwen geen enkel teken van leven.
  • 'Want nu verkopen we onze schilderijen om de slager te betalen.
  • Die slager is erg gevaarlijk.
  • Ik moet morgen nog naar de slager.

Betekenis en uitleg van slager

Een slager is iemand die professioneel vlees verwerkt en verkoopt. Hij of zij is vaak een expert in het snijden van verschillende soorten vlees en kan klanten adviseren over de beste bereidingen en recepten.

Het woord 'slager' wordt vaak gebruikt in de context van een vleeswarenwinkel of slagerij. Je kunt het gebruiken wanneer je het hebt over de persoon die werkt in zo'n winkel, maar ook in bredere zin als je het hebt over de vleesindustrie. Een slager heeft doorgaans een goede kennis van vlees en kan ook diverse vleessoorten en -snits aanbevelen.

Voorbeelden

  • De slager adviseerde me om het vlees een uur te marineren voor het grillen.
  • Na het sporten kocht ik bij de slager een paar sappige hamburgers voor een snelle maaltijd.
  • De slager in de buurt heeft een uitstekende reputatie vanwege zijn biologische vleesproducten.

Woordoorsprong

Het woord 'slager' komt van het Middelnederlandse 'slacger', wat verwijst naar het snijden of hakken van vlees. Dit duidt op de ambachtelijke oorsprong van het beroep.

Veelgestelde vragen over slager

Wat is de betekenis van slager?

slager betekent: (beroep) een verkoper van vlees

Hoeveel betekenissen heeft slager?

slager heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft slager?

slager is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van slager?

Synoniemen van slager zijn: beenhouwer, slachter.

Hoe gebruik je slager in een zin?

Voorbeeld: “Hij is naar de slager voor gehakt.

Etymologie

* van slaan

Uitdrukkingen

  • een slager die zijn eigen vlees keurt
  • (via Afrikaans): isilarha

Vertalingen

Engelsbutcher
Fransboucher
DuitsFleischer, Metzger
Spaanscarnicero
Italiaansmacellaio
Portugeesmagarefe, carniceiro
Zweedsslaktare