slapstick
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- film of toneelstuk (komedie) met veel gooi-en-smijtwerk vooral van slagroomtaarten
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gooi- en smijtopvoering’ voor het eerst aangetroffen in 1967
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek