Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

slaptitude

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. krachteloosheid, kan zowel voor een toestand van lichamelijke als geestelijk slapheid worden gebruikt
    Samen zitten ze te zeuren over 'de slaptitude bij de jeugd', 'het verval van de zeden' en de 'teloorgang van betere tijden'.
    Menige hovenier en boer verliet het St-Trudoinstituut met een stuk in de kraag en een slaptitude dans les jambes

Etymologie

*kofferwoord opgebouwd uit slap en "aptitude", vermoedelijk in de 20e eeuw in de omgeving van Brussel ontstaan [http://www.nlterm.org/neoterm/neologisme_nr553.htm Neologisme nr. 553: slaptitude (22 december 2007) op website Neoterm: nlterm.org] Dictionnaire du Dialecte bruxellois (2015) EDR/Editions des Régionalismes, Cressé; ; p. 137 (fra)