sleutel
Wat is de betekenis van sleutel?
sleutel betekent: een instrument waarmee een slot geopend of gesloten kan worden
Betekenis
- een instrument waarmee een slot geopend of gesloten kan worden
- (techniek), (gereedschap) een stuk gereedschap om bouten en moeren mee aan te draaien
- (techniek) een voorwerp bedoeld om er een mechaniek zoals van een klok of speeldoos mee op te winden, een kraan open te draaien e.d.
- een aanwijzing of code waarmee een raadsel kan worden opgelost, een geheim(-schrift) ontcijferd, een cijferslot geopend of toegang kan worden verkregen
- een aandeel of functie die in een groep van groot belang is
Voorbeelden van "sleutel" in een zin
- Als je je sleutel echt kwijt bent dan wordt het buiten slapen vannacht.
- Ze laat de dikke, eikenhouten deur van haar slaapkamer op een kiertje staan en hangt haar sleutel ernaast, maar als ze 's ochtends wakker wordt, is die onaangeraakt, net als zij.
- Ze hoort dat hij zijn sleutel omdraait, en als de angst voor de donkere gang haar weer overweldigt, rent ze naar haar slaapkamer op de eerste verdieping.
- De moer is dolgedraaid, de sleutel heeft er geen grip meer op.
- Achter de pendule ligt de sleutel om hem op te winden.
Betekenis en uitleg van sleutel
Een sleutel is een object dat wordt gebruikt om een slot te openen of te sluiten. Het is vaak een metalen stuk dat in een specifieke vorm is gesneden om een bepaalde toegang te verlenen tot een ruimte of een voorwerp.
Het woord 'sleutel' wordt vaak gebruikt in de context van huis- of autodeuren, maar het kan ook figuurlijk worden toegepast, zoals in 'de sleutel tot succes'. Het idee van een sleutel draait om toegang en controle, en het gebruik ervan kan variëren van fysieke sleutels tot digitale codes en wachtwoorden.
Voorbeelden
- Ik heb mijn sleutel vergeten, waardoor ik niet naar binnen kan.
- Zij ontdekte de sleutel tot het oplossen van het probleem door goed te luisteren.
- De oude sleutel lag verstopt in een lade, vergeten maar nog steeds functioneel.
Woordoorsprong
Het woord 'sleutel' komt van het Oudnederlands 'slutela', wat verwees naar een voorwerp dat iets sluit of opent.
Veelgestelde vragen over sleutel
Wat is de betekenis van sleutel?
sleutel betekent: een instrument waarmee een slot geopend of gesloten kan worden
Hoeveel betekenissen heeft sleutel?
sleutel heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft sleutel?
sleutel is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van sleutel?
Synoniemen van sleutel zijn: moersleutel, code, codesleutel, pincode, toegangscode.
Hoe gebruik je sleutel in een zin?
Voorbeeld: “Als je je sleutel echt kwijt bent dan wordt het buiten slapen vannacht.”
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands slōtel, sleutel, ontwikkeld uit Oergermaans *slutila-, afleiding bij het werkwoord *slūtan- ‘(af)sluiten’, waaruit sluiten, met het achtervoegsel *-ila voor gereedschappen. Vorm met umlaut is Vlaams, Zeeuws en Hollands; vgl. beugel, teugel. Eveneens Nederduits Slötel, Duits Schlüssel en Oudfries sletel.