sleutelbeenbreuk
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- fractuur van het bot dat het schouderblad en het borstbeen met elkaar verbindtIn aanloop naar de Spelen werd de schaatswereld de afgelopen maanden geteisterd door een blessuregolf. In mei brak Yvonne Nauta haar been en en kort daarvoor liep Sven Kramer een sleutelbeenbreuk op na een val met de fiets.Een van de wielrenners die gewond raakte werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Het gaat om een 72-jarige man. Hij liep een sleutelbeenbreuk en schaafwonden op. Het andere slachtoffer raakte lichtgewond, schrijft Omroep Brabant.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek