sleutelen

/ˈsløtələ(n)/

Wat is de betekenis van sleutelen?

sleutelen betekent: (inerg) met sleutels aan een auto, motor of ander machine werken, met name door de machine uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) met sleutels aan een auto, motor of ander machine werken, met name door de machine uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten
  2. inerg, figuurlijk (inerg) (figuurlijk) iets trachten te verbeteren door regelmatig kleine wijzigingen aan te brengen
  3. inerg (inerg) aan partnerruil doen door de huissleutels uit te loten

Voorbeelden van "sleutelen" in een zin

  • In zijn vrije tijd sleutelde hij graag aan zijn Harley.
  • Gedurende de eerste dagen werd er nog veel gesleuteld aan de nieuwe organisatie.
  • Wanneer je sleutelt, beslist het lot over de samenstelling van de koppels.

Betekenis en uitleg van sleutelen

Sleutelen betekent het aanpassen, repareren of verbeteren van iets, vaak met behulp van gereedschap. Het wordt meestal geassocieerd met mechanica, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden voor bijvoorbeeld ideeën of projecten.

Je gebruikt het woord 'sleutelen' meestal wanneer je bezig bent met technische klussen, zoals het onderhouden van een auto of het in elkaar zetten van meubels. Het heeft vaak een praktische en hands-on connotatie, en kan ook impliceren dat er enige creativiteit of probleemoplossing aan te pas komt. Bovendien kan het in bredere zin ook verwijzen naar het werken aan persoonlijke of professionele projecten.

Voorbeelden

  • Na een lange dag sleutelen aan zijn motor, was hij eindelijk tevreden met het resultaat.
  • Ze besloot te sleutelen aan haar presentatie om deze aantrekkelijker te maken voor het publiek.
  • De kinderen waren bezig met sleutelen aan hun robot, waarbij ze verschillende onderdelen met elkaar combineerden.

Woordoorsprong

Het woord 'sleutelen' komt van het werkwoord 'sleutel', dat verwijst naar het openen of aanpassen van iets, vaak met een specifiek gereedschap.

Veelgestelde vragen over sleutelen

Wat is de betekenis van sleutelen?

sleutelen betekent: (inerg) met sleutels aan een auto, motor of ander machine werken, met name door de machine uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten

Hoeveel betekenissen heeft sleutelen?

sleutelen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je sleutelen in een zin?

Voorbeeld: “In zijn vrije tijd sleutelde hij graag aan zijn Harley.

Etymologie

*Denominaal afgeleid van sleutel.

Vertalingen

Engelstinker, tinker
Fransbricoler, bagosser, bricoler
Duitstüfteln, tüfteln
Spaanstrastear, trastear