sloop
/slop/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (f)/(m) of (n): een stoffen omslag om een kussenIk zal even een sloopje om dat kussen doen.
- (m): de daad van het slopen, afbrekenDat schip is rijp voor de sloop.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kussenovertrek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1444
Vertalingen
Engelspillowcase, demolition
DuitsKissenbezug, Abbruch, Abriss
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek