slot

onzijdig (het)/slɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) mechanisme of elektronisch(-mechanische) hulpmiddel waarmee in combinatie met een sleutel of ander mechanisch hulpmiddel, of een cijfercode, een vingerafdruk of ander biometrische eigenschap een object met bijvoorbeeld een deur of een raam kan worden afgesloten
    En ja.... sta me toe'Hij maakte het pakje open en legde het sieraad snel om de hals van Christa, deed het slotje dicht en zette een paar passen naar achteren.
    Maar ons appartement is niet gemaakt voor een gezin, alle ruimtes staan met elkaar in open verbinding, en negen van de tien keer geef ik mezelf weg met een krakende traptrede, het geluid van de sleutel in het slot.
    Maar ons appartement is niet gemaakt voor een gezin, alle ruimtes staan met elkaar in open verbinding, en negen van de tien keer geef ik mezelf weg met een krakende traptrede, het geluid van de sleutel in het slot.
  2. bouwkunde (bouwkunde) een middeleeuwse versterkte woning, ook wel kasteel of burcht genoemd
  3. einde
zelfstandig naamwoord
  1. langwerpige dunne opening (bijvoorbeeld in een computer waarin een uitbreidingskaart kan worden bevestigd)
  2. vastgesteld tijdsinterval voor een activiteit
  3. luchtvaart (luchtvaart) periode waarin een vliegtuig op een bepaalde luchthaven mag opstijgen of landen

Etymologie

**[2] (verkorting) van slotmachine

Uitdrukkingen

  • achter slot en grendelgoed en stevig opgesloten (van gedetineerden)
  • op slot gaanniet meer kunnen bewegen
  • per slot van rekeninguiteindelijk
  • [1] : selot

Vertalingen

Engelslock, castle, palace
Fransserrure, château
DuitsSchloss, Schloss, Kastell
Spaanscerradura, cierre, castillo
Italiaanslucchetto, serratura, chiavistello
Portugeesfechadura, castelo
Russischзамок, запор, затвор
Chinees
Japans
Koreaans자물쇠
Arabischقفل
Poolszamek, zamek, koniec
Zweedslås, slott
Deensslot