sluik
mannelijk/vrouwelijk (de)/slœyk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handel waarbij de winst vooral ontstaat door wettelijke regels te overtreden
Etymologie
#(van haar) glad neerliggend
Vertalingen
Engelssmooth
Spaansfino, liso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek