sluipen

/ˈslœypə(n)/

Wat is de betekenis van sluipen?

sluipen betekent: (erga) zeer voorzichtig lopen, op zo'n manier dat ontdekking vermeden kan worden

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zeer voorzichtig lopen, op zo'n manier dat ontdekking vermeden kan worden

Voorbeelden van "sluipen" in een zin

  • Hij sloop de trap op in de hoop dat zijn ouders niet zouden merken dat hij te laat thuis kwam.
  • Ik had me iets anders voorgesteld bij mijn eerste beer, namelijk dat er een recht voor me op het pad zou lopen of dat er een ’s avonds om mijn tent zou sluipen op zoek naar eten, zoals enkele van mijn vrienden al was overkomen.
  • Het beste was wanneer je je kleren vroeg bij elkaar kon rapen en gewoon weg kon sluipen zonder afscheid te nemen.

Betekenis en uitleg van sluipen

Sluipen betekent zich stil en voorzichtig voortbewegen, vaak met de bedoeling om niet opgemerkt te worden. Het doet denken aan een geheimzinnige of ongehoorde aanpak, zoals wanneer je in het donker door het huis beweegt.

Je gebruikt het woord 'sluipen' vaak in situaties waar voorzichtigheid geboden is, bijvoorbeeld wanneer je in het huis van iemand anders bent of wanneer je probeert een verrassing te organiseren. Het heeft een bepaalde nuance van onopvallendheid en kan zowel een speelse als een serieuze connotatie hebben, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • De kat begon te sluipen door het gras, op zoek naar een onoplettende muis.
  • Hij sluipte zachtjes de kamer binnen om zijn vriendin te verrassen met een cadeau.
  • Tijdens de film was er een spannend moment waarin de held moest sluipen om de vijand niet te alarmeren.

Woordoorsprong

Het woord 'sluipen' is verwant aan het Oudnederlandse 'slūpen', wat ook een vorm van stil en voorzichtig bewegen aanduidt.

Veelgestelde vragen over sluipen

Wat is de betekenis van sluipen?

sluipen betekent: (erga) zeer voorzichtig lopen, op zo'n manier dat ontdekking vermeden kan worden

Hoe gebruik je sluipen in een zin?

Voorbeeld: “Hij sloop de trap op in de hoop dat zijn ouders niet zouden merken dat hij te laat thuis kwam.

Etymologie

* In de betekenis van ‘zich onopgemerkt voortbewegen’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

Engelssneak
Fransse glisser
Duitsschleichen
Spaansdeslizarse