sluitingsdag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de dag dat een activiteit afgesloten wordtOver de wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade is de laatste maanden vooral negatief geschreven. Werd bij aanvang gesproken over mogelijk twee miljoen betalende bezoekers, nu hoopt de organisatie dat de teller op de sluitingsdag op 680.000 staat. Het evenement heeft de gemeente bijna 85 miljoen euro gekost, ruim acht keer meer dan oorspronkelijk becijferd.
- de dag dat een winkel of andere zaak gesloten is
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek