smakeloosheid
vrouwelijk (de)/ˌsmakəˈloshɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het smakeloos zijnDe smakeloosheid van de maatijden in het restaurant was de oorzaak dat het ook dit jaar geen ster kreeg.
Etymologie
* afgeleid van smakeloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek