flauwheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een niet al te leuk grapjes
    Want flauwheid ligt op de loer bij deze nieuwe zomerkomedie van het DeLaMar. Het verhaal is dan ook maar magertjes: een aantal mannen vindt zichzelf volwassen terug op de universiteit, en blijkt nauwelijks veranderd te zijn. Het Parool Terug naar Toen is een scherpe schets van een ballerige generatie [https://www.parool.nl/kunst-en-media/terug-naar-toen-is-een-scherpe-schets-van-een-ballerige-generatie~a4085895/ SANDER JANSSENS 22 JUNI 2015]
  2. de zwakheid van iets of iemand
    Ik hoop tenminste dat we ons niet laten verblinden omdat er her en der nog megakerken uit de grond worden gestampt. Het zijn stuiptrekkingen van een kwijnend en stervend geestelijk leven. Het loopt ons uit de hand. Onze jongeren, ons Schriftverstaan, de biddeloosheid, de grauwheid, lauwheid en flauwheid van talloze christelijke organisaties. Hoeveel ouders halen hun schouders op over reformatorisch onderwijs, over een christelijke krant of over een christelijke politieke partij? Hoevelen beleven al lang niets meer van God? Reformatorisch Dagblad Mr. D. J. H. van Dijk 21-08-2017 [https://www.rd.nl/opinie/column-hozen-en-roeien-1.1423675 Column: Hozen en roeien]
    Tegelijk merken ze niet hoe het ongeloof samen met het geloof dat ze aanvallen ongeloofwaardig is geworden. Hun analyse zou beter gaan over de irrationaliteit en flauwheid die meer en meer onze cultuur beheersen en wetenschap en geloof en democratie in het gedrang brengen. Daar zouden ,,gelovigen en ,,ongelovigen samen over moeten nadenken en op reageren. Is het niet veel redelijker en wijzer concreet na te gaan met welke gelovigen (of ongelovigen) in zee te gaan dan te vervallen in de absurde polariteit van ,,ons tegenover ,,hen? De Standaard 05 OKTOBER 2001 OM 00:00 UUR | Herman De Dijn [http://www.standaard.be/cnt/dss05102001_003 Bepaalde 'intellectuelen' zien vandaag de kans schoon om hun afkeer voor elk geloof ongenuanceerd uit te schreeuwen]

Etymologie

* afleiding van flauw

Vertalingen

Engelstastelessness, weakness