matheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van matheid?

matheid betekent: stemming van een mens: vermoeid en onverschillig

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stemming van een mens: vermoeid en onverschillig
  2. van voorwerpen: dof, niet glanzend

Voorbeelden van "matheid" in een zin

  • Als de eerste exitpolls binnenkomen, wordt er eerst wat aarzelend gejuicht. Pas bij de derde melding van de waarschijnlijke uitslag door de NOS klinken de zelffelicitaties overtuigend. Voor de aanvankelijke matheid worden verschillende verklaringen gegeven. De partij is de grootste, maar heeft wel, als de exitpoll klopt, 10 zetels verloren. NRC Derk Stokmans 16 maart 2017
  • Vergeleken met de jaren 60, althans met de fotografie uit die jaren, is er in de jaren 70 een zekere matheid over de samenleving neergedaald. De strijd voor vrouwenrechten vergde een lange adem (en vele kilometers spandoek), aan integratie van 'gastarbeiders' uit Spanje, Italië, Marokko, Turkije moest nog worden begonnen, het drama van grootschalige nieuwbouwprojecten als de woonerfbloemkoolwijken en de Bijlmermeer moest nog ontpoppen, vreemdelingenhaat beperkte zich tot een handjevol obscure lieden. Volkskrant Arno Haijtema 11 juni 2016

Betekenis en uitleg van matheid

Matheid verwijst naar een toestand van lusteloosheid of apathie, waarbij iemand zich futloos en ongeïnspireerd voelt. Het is alsof de energie uit je lichaam is verdwenen, waardoor je moeite hebt om je te motiveren voor dagelijkse activiteiten.

Je gebruikt het woord 'matheid' vaak wanneer je merkt dat iemand, of jezelf, niet in staat is om met enthousiasme of energie te reageren op situaties. Dit kan voorkomen na een periode van stress, ziekte of zelfs na een grote verandering in het leven. Matheid heeft een negatieve connotatie en kan ook duiden op een gebrek aan creativiteit of nieuwsgierigheid.

Voorbeelden

  • Na een lange werkweek voelde hij een diepe matheid die hem verhinderde om met vrienden af te spreken.
  • De matheid in de klas was voelbaar; de leerlingen leken niet geïnteresseerd in het onderwerp dat de leraar behandelde.
  • Na het lezen van het saaie boek over de geschiedenis voelde ik een golf van matheid over me heen komen.

Woordoorsprong

Het woord 'matheid' is afgeleid van 'mat', wat een toestand van vermoeidheid of futloosheid aanduidt. Het heeft een verbinding met woorden zoals 'mat' en 'vermoeid', die beide een vergelijkbare betekenis van afname in energie of levendigheid hebben.

Veelgestelde vragen over matheid

Wat is de betekenis van matheid?

matheid betekent: stemming van een mens: vermoeid en onverschillig

Hoeveel betekenissen heeft matheid?

matheid heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft matheid?

matheid is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van matheid?

Synoniemen van matheid zijn: flauwheid, uitputting, apathie, loomheid, indolentie.

Hoe gebruik je matheid in een zin?

Voorbeeld: “Als de eerste exitpolls binnenkomen, wordt er eerst wat aarzelend gejuicht. Pas bij de derde melding van de waarschijnlijke uitslag door de NOS klinken de zelffelicitaties overtuigend. Voor de aanvankelijke matheid worden verschillende verklaringen gegeven. De partij is de grootste, maar heeft wel, als de exitpoll klopt, 10 zetels verloren. NRC Derk Stokmans 16 maart 2017

Etymologie

* afleiding van mat

Vertalingen

Engelslethargy