uitputting
vrouwelijk (de)/ˈœytpʏtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de toestand waarin iets of iemand aan het eind van zijn of haar krachten is42 kilometer hardlopen veroorzaakt bij veel mensen enorme uitputting.
Etymologie
* van uitputten
Vertalingen
Engelsexhaustion
Fransépuisement, prostration
DuitsErschöpfung
Spaansagotamiento
Russischизнеможение
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek