uitpakt

Wat is de betekenis van uitpakt?

uitpakt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpakken

Betekenis

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpakken
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitpakken

Voorbeelden van "uitpakt" in een zin

  • ... dat jij uitpakt.
  • ... dat hij uitpakt.