smart
mannelijk/vrouwelijk (de)/smɑrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (psychologie) een gevoel van lijdenHet overlijden van zijn vrouw veroorzaakte bij hem grote smart.
- (verouderd) een gevoel van fysieke pijn
- (techniek) intelligent, slim (met betrekking tot communicerende apparaten)
Etymologie
:: smelkti
Uitdrukkingen
- Gedeelde smart is halve smart. — Leed wordt draaglijker als meer mensen het tegelijkertijd ondervinden
- Met smart wachten — Erg naar iets uitzien
Vertalingen
Engelsgrief, sadness, sorrow
Spaansaflicción, angustia, congoja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek