smart

mannelijk/vrouwelijk (de)/smɑrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) een gevoel van lijden
    Het overlijden van zijn vrouw veroorzaakte bij hem grote smart.
  2. verouderd (verouderd) een gevoel van fysieke pijn
  3. techniek (techniek) intelligent, slim (met betrekking tot communicerende apparaten)

Etymologie

:: smelkti

Uitdrukkingen

  • Gedeelde smart is halve smart.Leed wordt draaglijker als meer mensen het tegelijkertijd ondervinden
  • Met smart wachtenErg naar iets uitzien

Vertalingen

Engelsgrief, sadness, sorrow
Spaansaflicción, angustia, congoja