smeris

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsmeris/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) politieagent
    Hou je stil, dadelijk krijgen we de smerissen op ons dak!

Etymologie

* Herkomst: Bargoens

Uitdrukkingen

  • Wat honinɡ voor een beer is, is koffie voor een smeris