snaak
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van snaak?
snaak betekent: grappenmaker
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grappenmaker
- lachwekkend persoon
- jonge, vreemde snuiter, rare man
Voorbeelden van "snaak" in een zin
- Hij is een vrolijke snaak.
- 't Is zoo, had de snaak nog eene goede pakkaadje bij zich; maar, och armen, een bundeltje! ik geloof, bij mijn' Patroon! dat het niets anders dan boeken zijn. Boeken! ik wilde toch wel eens weten, waar boeken nuttig voor waren; maar nu staat het vast, ondanks Stijntje en haar gekijf, ondanks Stijntje en haar gegrien, de vreemdeling zal mijne deur uit, en dat nog wel vóór den noen.’ Met dit heusche voornemen was het, dat de waard zijnen gast een zoo hoffelijk gelaat toonde. {{Aut|Bosboom-Toussaint)
Etymologie
*Mogelijk van het Middelnederduitse snake, wat zowel "grappenmaker" als "adder" betekende (vgl. Engels snake). In de betekenis van ‘grappenmaker’ voor het eerst aangetroffen in 1625
Vertalingen
Engelsjoker, prankster
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek