snappen

/'snɑpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) vatten in de zin van begrijpen, doorhebben
    Ik snap er niets van.
    Pas als je ook een goede conditie hebt en snapt hoe de zee en stromingen werken, is het echt veilig."
  2. ov (ov) iemand vatten terwijl die met iets ongeoorloofds bezig is, betrappen
    De dief werd gesnapt.
  3. verouderd (verouderd) babbelen, kletsen
    De jonge meisjes stonden te snappen en tusschen beide zacht te gigchelen, maar zij deden het stilletjes in een hoek, en met de hand voor den mond

Etymologie

* In de betekenis van ‘babbelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1437

Vertalingen

Engelsget it
Franspiger, capturer
Duitskapieren
Spaanstañar