sneeuwklas

vrouwelijk (de)/ˈsnewklɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (België basisonderwijs) onderwijs in de openlucht gericht op wintersportactiviteiten
    Het busongeval in een tunnel in het Zwitserse Sierre kostte op 13 maart 2012 het leven aan 28 mensen, onder wie 22 schoolkinderen uit Lommel en Heverlee op terugweg van sneeuwklas. de Standaard 21/05/2013 door Eline Bergmans
    Een veelbelovende skivakantie wordt voor de 8-jarige Nicolas een nachtmerrie in de roman De sneeuwklas van de Franse auteur Emmanuel Carrère (1958). Volkskrant 20 december 1996