snelheidsbeperking

vrouwelijk (de)/ˈsnɛlhɛitsbəˌpɛrkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) hoogste toegestane snelheid voor motorvoertuigen op een bepaalde rijbaan of type weg
    Die problemen waren prompt de items van de tegenpartij, de CDU: wég met snelheidsbeperking en busbaan op de Kurfürstendamm, geen stemrecht voor buitenlanders (liever wég met hen), meer politie, (…)
  2. verkeer (verkeer) hoogste toegestane snelheid voor een bepaald type voertuigen
    Voor de snelheidsbeperking is geen enkele wettelijke basis. Scootmobielen mogen 17 kilometer per uur rijden.
  3. het stellen van grenzen aan de vaart waarmee iets of iemand zich verplaatst
    Er komt geen snelheidsbeperking voor schepen op de Westerschelde.