snoeien

/ˈsnujə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (van planten) terugbrengen op gewenste lengte
    Hij was de haag aan het snoeien om ervoor te zorgen dat hij niet over de weg zou gaan groeien.
  2. informeel (informeel) uitermate, heel erg (snoei- als eerste deel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden)
  3. ov (ov) onderzoeken op de aanwezigheid van zaken waar je belang in stelt
  4. ov, verouderd (ov) (verouderd) gretig opeten vanwege de smaak

Etymologie

**[3], [4] misschien verwant met "snaaien"

Vertalingen

Engelscut back, prune
Franstailler, couper, élaguer
Duitsstutzen
Spaansrecortar, podar