snoepen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. eten van snoep
    Het kind snoepte stiekem uit de snoeptrommel.
  2. iets eten, proeven of proberen vooral om de smaak en niet om de voedingswaarde (ook in de figuurlijke zin)
    Hij snoepte uit de pan.

Etymologie

* In de betekenis van ‘lekkernijen eten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573